Het landschap is ruig en zeer steil, dus machinaal werken kun je wel vergeten. Alles moet met de hand. De granietbodem is kneiterhard. In de zomer kan het overdag flink warm worden, maar in de winter ligt er vaak een dik pak sneeuw. Wijnbouw is hier uitermate bewerkelijk en het is eigenlijk onmogelijk om in grote oplagen te produceren. Rijk zal je er dus niet van worden. Bovendien is het werk op de steile hellingen niet zonder gevaar. Dus wat beweegt iemand ertoe om wijnmaker te worden in Alto-Adige? Dat heeft alles te maken met de uitzonderlijke kwaliteit van de wijn. Het domein Gump Hof, dat al tweehonderd jaar in handen is van de familie Prackwieser, bewijst dat wijnbouw hier ondanks alle belemmeringen zéér de moeite waard is. De eeuwenlange ervaring van deze familie culmineert onder leiding van Markus Prackwieser in wijnen die het terroir met sublieme scherpte reflecteren. Qua stijl passen deze wijnen precies bij de wensen van de hedendaagse liefhebber; kracht en verfijning gaan hand in hand, en het koele bergklimaat zorgt voor frisse zuren die de wijnen lengte en spanning geven. Heel veel spanning.
Traditiegetrouw doet Markus alle werkzaamheden, van de eerste snoei tot de oogst, met de hand. In de kelder is hij geduldig en grijpt slechts in waar dat nodig is. Op deze manier waarborgt hij de kwaliteit waar Gump Hof voor staat. Het enige nadeel: de wijnen zijn zeer schaars en jaarlijks wordt het aanbod royaal door de vraag overstegen. Wij zijn dan ook erg tevreden met de allocatie die Markus ons ook dit jaar weer heeft gegund. De Renaissance-wijnen maakt Markus alleen in uitzonderlijke jaren. 2020 was zo’n jaar: de druiven zijn bij perfecte fenolische rijpheid geoogst en hebben een zeer grote potentie.