De Etna, in het oosten van Sicilië, behoort tot de grote terroirs van Italië. Deze beroemde, nog altijd actieve vulkaan heeft door de eeuwen heen zijn stempel gedrukt op de omgeving. Erupties hebben talloze kraters, dikke lagen gestolde lava en uitgestrekte velden van zwart en roodbruin vulkanisch gesteente achtergelaten. Hier maakt men wijnen met een uniek karakter. Ze zijn minder volumineus en rijp dan het warme klimaat zou doen vermoeden; deze wijnen zijn juist fijnbesnaard, mineraal en energiek.
Het domein La Gelsomina werd in de jaren tachtig opgericht om precies dit soort wijn te maken. De wijngaarden van het domein liggen op de noordoostelijke helling van de Etna, nabij het historische stadje Presa, op ongeveer 550 meter hoogte, met uitzicht op de Ionische Zee. Op de vijftien hectare van het domein wisselen wijngaarden, olijfbomen en bossen elkaar af.
De bodem hier is uniek. De lokale bevolking noemt het vulkanische materiaal gghiara: een mengsel van lavagruis en verweerd gesteente, gevormd door vele erupties. Op deze arme bodem vinden we druivenrassen die hier al sinds mensenheugenis staan aangeplant: de witte carricante en catarratto en de blauwe nerello mascalese en nerello cappuccio. In combinatie met de mediterrane zon, bodem, hoge ligging en invloed van de zee levert dit uitstekende omstandigheden op voor het maken van karaktervolle terroirwijnen.
Bij Gelsomina hoeft er in de kelder dus niet aan de wijnen te worden geknutseld. De bianco rijpt kort op roestvrijstaal, voor een zo transparant mogelijke stijl. De rosso rijpt na de vergisting eerst op staal en vervolgens ruim een jaar op gebruikte houten vaten van verschillende formaten, om de tanninen de laten integreren.
Wie Etna zegt, denkt misschien aan vuur, natuurgeweld en desolate kraters. Uit de wijnen van La Gelsomina blijkt vooral hoe elegant de wijnen van dit vulkanische terroir kunnen zijn. De bianco brengt citrus, bloemen en een zilte mineraliteit samen; de rosso verenigt kersenfruit met frisse zuren, rijpe tanninen en een indrukwekkende diepgang. Twee wijnen met een uitgesproken karakter, gevormd door zeer bijzondere omstandigheden.